De gemiddelde afvalstoffenheffing daalt in 2018 met 1,1 procent naar 232 euro per jaar. Ook de kostendekking is gedaald. Het aantal gemeenten met diftar stijgt daarentegen naar 50 procent.

Ontwikkeling van de afvalstoffenheffing voor huishoudens sinds 1992. Foto: Rijkswaterstaat
Ontwikkeling van de afvalstoffenheffing voor huishoudens sinds 1992.
Foto: Rijkswaterstaat

Dat staat in het rapport Afvalstoffenheffing 2018 van Rijkswaterstaat. De gemiddelde afvalstoffenheffing daalt nu vanaf 2010 negen achtereenvolgende jaren. Gemiddeld betaalt een huishouden 232 euro per jaar, een eenpersoonshuishouden betaalt 198 euro en een meerpersoonshuishouden 250 euro per jaar. De daling verklaart Rijkswaterstaat deels door een daling van de hoeveelheid restafval, waardoor de kosten voor verwerking lager zijn. Ook de bedragen die gemeenten ontvangen voor de gescheiden kunststofinzameling kunnen zorgen voor lagere afvalbeheerskosten. Deze minder te maken kosten kunnen worden doorberekend aan de inwoners. In 2009 was de gemiddelde afvalstoffenheffing per huishouden met 252 euro op zijn hoogst.

Ten opzichte van 2017 is de kostendekking met 0,4 procent gedaald tot 96,5 procent in 2018. Op basis van volledige kostendekking bedragen de afvalbeheerkosten per huishouden gemiddeld 241 euro. Dit is 0,6 procent minder dan in 2017.

 

Spreiding

De spreiding in de hoogte van de gemiddelde afvalstoffenheffing per gemeente is groot. In de vijf ‘duurste’ gemeenten zijn de kosten hoger dan 350 euro per huishouden. Bovenaan deze lijst prijkt Medemblik (366 euro), gevolgd door Drechterland, Enkhuizen, Stede Broec en Wassenaar. In de vijf ‘goedkoopste’ gemeenten is dit minder dan 125 euro per huishouden. Hier voert Nijmegen met 19 euro (dekking: 15 procent) de lijst aan, gevolgd door Putten, Tubbergen, Zevenaar en Hilvarenbeek. Gemeenten met lage afvalbeheerkosten hebben over het algemeen diftar ingevoerd.

 

Afvalbeheerkosten gedaald in gemeenten met diftar

Het aantal gemeenten met diftar stijgt gestaag. In 2018 heeft 50 procent van de gemeenten diftar (2017: 46 procent). Dit jaar woont een derde (34 procent) van de aangeslagen huishoudens in een gemeente met diftar. In 2017 was dit 33 procent. De afvalbeheerkosten zijn in gemeenten met diftar gemiddeld lager (199 euro per huishouden) dan in de overige gemeenten. In gemeenten waar een vast tarief wordt geheven ongeacht de grootte van het huishouden bedragen de kosten 275 euro per huishouden, en 260 euro in gemeenten waar de kosten zijn gebaseerd op het aantal personen per huishouden. In gemeenten met tariefdifferentiatie op het afvalaanbod wordt over het algemeen meer afval gescheiden aangeboden. De meeste gemeenten met diftar hebben een ‘volume en frequentie’ systeem ingevoerd (92 gemeenten), verder komen voor de ‘dure zak’ (22 gemeenten) en  diftar op basis van volume (18 gemeenten). De overige gemeenten met diftar (52 gemeenten) hebben een ander of combinatie van systemen.

 

Eigen gemeentelijke dienst vooral in grotere gemeenten

18 procent van de gemeenten heeft een eigen inzameldienst. Dit betreft vooral de grotere gemeenten. In de overige gemeenten wordt de inzameling verricht door een buurgemeente, een gemeentelijk samenwerkingsverband, een overheids-vennootschap, een particulier bedrijf of combinaties van verschillende bedrijven en publiek-private samenwerking (PPS). Over het algemeen worden particuliere bedrijven vooral in kleinere gemeenten ingeschakeld.

In het rapport van Rijkswaterstaat is de jaarlijkse ontwikkeling van de afvalstoffenheffing en de kosten die gemeenten maken voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval (de afvalbeheerkosten) weergegeven. In tegenstelling tot voorgaande jaren is in het rapport van Rijkswaterstaat geen overzicht meer opgenomen met verwerkingstarieven. Verklaring die de dienst hiervoor geeft is dat er geen volledig dekkend beeld kon worden verkregen.

 

  Afvalstoffenheffing 2018

Een reactie plaatsen